Over het beheer van de wadi met het duinlandschap als biotoop zonder dogmatisch met de natuur om te gaan!

by | 15 september 2025 | Groen, Verhalen

Interview met beheerder Martin van der Tas

Onlangs voegde Martin van der Tas (nummer 36) zich bij de buren die het zeventigste levensjaar hebben bereikt. Om deze mijlpaal aandacht te geven, bood ik aan om hem te interviewen over zijn groene passie in ons buurtje.

Martin levert met zijn groene vingers, hart en hoofd vanaf het prille begin een belangrijke bijdrage aan het groene hart van ons buurtje. Hij is nog steeds de trotse beheerder van de wadi voor de flat van de nummers 22 t/m 37. Het was het tweede gebied dat in groenbeheer kwam, na het ontwerp van de gemeenschappelijke tuin waar Martin ook een belangrijke inbreng had. Niet iedereen kent de geschiedenis hiervan, dus een goed moment om zijn ervaringen op te tekenen.

Tijd

Ik tref hem in zijn eigen biotoop met een sikkel in zijn hand, bezig om het kruidige gras te kortwieken. Hij beschouwt de middenstrook als ‘hooiland’ dat eenmaal per jaar gemaaid wordt. Een deel van de wadi gebeurt met een sikkel in plaats van de zeis om te voorkomen dat met het afsnijden van het gras kostbare planten en bloemen in één beweging hetzelfde lot ondergaan. Per jaar ontkiemen er diverse boomsoorten en als je die hun gang laat gaan, dan staat er over 10 jaar een bos.
Na 1,5 uur arbeid is het voor vandaag mooi geweest en is er tijd om in een (luie) stoel bij te praten. Tenslotte is hij geen twintig meer.
We starten met de levenswijsheid van een zeventigjarige die zijn inspiratie vindt in een citaat van de Andreas Gryphius (ca. 1640) “Alles is vergankelijk, ook de tijd zelf” uit het gedicht “’Betrachtung der Zeit’. Het gaat daarin om het (bewuste) leven in het nu, het ogenblik. Toch nemen we de tijd om terug te blikken.

Alles is vergankelijk, ook de tijd zelf.

Andreas Gryphius (ca. 1640)

uit het gedicht 'Betrachtung der Zeit'

Duinlandschap

Bij de start van ’t Groene Sticht in 2003 was de wadi voor het flatgebouw een dorre boel na enkele weken droogte, vanwege een twee meter zandlaag die aan de vruchtbare bodem was toegevoegd met alleen aan de randen nog wat kleigrond. Martin werkte toen nog bij het LandschapsBeheer Utrecht, waar ze naast beheer, ook bezig waren met nieuwe aanplant van inheemse soorten. Daarbij bleven wel eens planten over. Zodoende plantte hij In de winter van 2004/5 lijsterbes en zo’n 15 struikwilgen aan de randen. In plaats van gazon in het midden, liet hij het gras groeien.

Dat bleek kruidiger dan gedacht maar bleef schraal. Martin verdiepte zich in de vraag: welke biotoop past bij schrale grond het best en kwam uit op het duinlandschap. Zo plantte hij ook duinroos, duindoorn en jeneverbes.

Stijlbreuk

Nadat hij jarenlang ‘stijlvast’ bleef in zijn gekozen biotoop, werd hij gaandeweg wat losser. Hij kreeg er ook lol in om niet al te dogmatisch met de natuur om te gaan en ruimte voor het toeval te laten. Zo vond hij tijdens het loopje van zijn krantenwijk planten bij de vuilnisbak staan, die voor de wadi geschikt zijn en inmiddels staan er ook zeven kleine kerstboompjes (sparren), van een aantal bewoners of van de straat na kerst. Dat is een lichte stijlbreuk met het duinlandschap. Wat ook de afgelopen jaren meespeelde was dat Michiel en Christi actiever zijn geworden en een allegaartje aan sierlijke planten en bloemen hebben geplant die zij mooi vinden, een biotoop die je elders in de natuur niet zo zou tegenkomen. Ik heb daar vrede mee. Ik beheer nu driekwart en dat vind ik okay. Bovendien zijn inmiddels een sering en een perenboom van Anna, die eerst op de galerij stonden en daar weg moesten, aan het assortiment toegevoegd. Daarnaast zijn ook enkele planten als erfstuk van overleden moeders geplant en doet ook de krentenboom van oud-bewoonster Itis het goed.

Parasieten

We komen te spreken over parasieten en Martin wijdt me in in de wereld van hele en halve exemplaren. Hij heeft de halve parasieten zelf ingezaaid in zijn wadi, de Ratelaars, met hun eigen bladgroen en hun ratelende zaden in de herfst. Gewoon prachtig.

De volbloed exemplaren staan bij Jos in het overlooppad, de Klimopbremraap (mooi woord voor galgje of scrabble), die geheel van de klimop profiteert.

Een ander verschil met de biotoop van Jos is dat Martin zo nu en dan zijn wadi verrijkt met koffiefilterzakjes die, maar eigenlijk mag ik het niet opschrijven, want als iedereen dit gaat doen ……, terwijl Jos zijn groenbeheer zoveel mogelijk verarmt. Zo blijft het vraagstuk van verarming en verrijking een natuurlijk onderwerp op ’t Groene Sticht.

Kritische grens

Inmiddels vindt hij dat een kritische grens in zicht komt. ‘Als ik ’s morgens mijn huis uitloop en steek ik de wadi door, dan vind ik het fijn om even het gevoel te hebben dat ik door een klein stukje natuur heen loop en dat wordt minder als je er andere planten in zet. Wat mij betreft zou de biotoop nu niet verder moeten verwateren.’ Met een lach: ‘De volgende perenboom gaat de kliko in!’. Maar hij blijft het lastig vinden, als hij een gezonde plant bij de vuilnis ziet staan. ‘Als ik hem twee dagen in de sloot zet, gaat die weer uitlopen.’ En om de (groene) verbinding met het groene plein te houden, heeft hij vooraan ook asters gepland.

Onderhoud

Hij heeft jarenlang samen opgetrokken met wisselende bewoners van Emmaus en ook buurvrouw Nienke (die hier woonde samen met Jaïr). Vaak op maandag want dat was de vrije dag van Emmaus. ‘Voor één persoon is het nog steeds goed te doen, maar ik sta open voor een nieuw maatje die ook wat wil leren.’

Wij kijken vanuit nummer 38 dagelijks met veel plezier uit op de groenstrook waarin de herfsttinten alweer steeds zichtbaarder worden.

René